Sportarts zoekt evenwicht op de statutenbalk

Het statuut van de sportarts is de afgelopen jaren vaak in vraag gesteld. Verdient sportgeneeskunde een beter plaatsje onder de zon als volwaardig specialisme met dito opleiding en erkenning? Of is net de combinatie huisarts annex postgraduaat sportgeneeskunde ideaal? Een nieuwe vraag voor een specifieke opleiding is op komst.

Een stand van zaken aan de vooravond van Brucosport.

Het statuut van sportarts zit bij ons al enkele jaren in (al dan niet stille) onderhandelingsmodus. Buurland Nederland bouwde de sportgeneeskunde uit tot een volwaardig specialisme. Ons land twijfelt men nog om dat voorbeeld te volgen.

De Vereniging voor Sport- en Keuringsartsen (SKA) zette het thema eerder op de agenda. Dr. Tom Teulingkx (foto), voorzitter en zelf fiftyfify actief als sporarts-huisarts: “Toenmalig bestuurslid van SKA Frank Pauwels, nu onder meer voorzitter van Gezond Sporten Vlaanderen (GSV), nam zich dat ter harte. Het statuut hangt vast aan een opleiding. Het was de bedoeling om die opleiding op Europees model te schoeien."

"Even dacht men eraan om een verkort opleidingssysteem op te starten naar Zwitsers voorbeeld, met een erkenning die daaraan vasthing. Maar dat leidde niet tot een doorbraak. De universiteiten stonden er niet om te springen.”

Naar verluidt bestond er toen geen ruimte om sportgeneeskundestages te voorzien in ziekenhuizen binnen cardiologie en orthopedie. Dus belandde het voorstel weer in de koelkast.

SKA legde zich dan vooral toe kwaliteitsverbetering van sportartsen, met een vorm van accreditering en een kwaliteitslabel, maar covid vertraagde dat. Momenteel is de eigen kwaliteitscontrole binnen een beperkte groep het maximum haalbare. Dat werkt wel tamelijk goed in overleg met de cardiologen, maar aan de basis zou de opleiding moeten verbeteren.

“Ergens blijf je wel tussen wal en schip hangen, de erkenning is er niet. Dat punt houden we op onze agenda, maar het klimaat moet er rijp voor zijn”, oppert Tom Teulingkx voorzichtig. “Wel is intussen de tijd dat spoedartsen gewoon als sportartsen konden werken, voorbij. En dat is misschien puur kwalitatief wel aangewezen.”

Voor- en nadelen

Dokter Elke Van den Steen, Fysische Geneeskunde en Revalidatie AZ Sint-Jan Brugge, weegt op haar beurt de voor- en nadelen af van het huidige statuut: “Nadeel is dat een pure sportarts dan daarnaast met niets anders meer kan bezig zijn terwijl er nu toch bijvoorbeeld heel wat huisartsen zijn die beide combineren. "

"Voordeel van een eigen statuut: je hebt je eigen specialisatie. Iedereen die nu een postgraduaat gevolgd heeft, kan zich sportarts noemen. Maar dat postgraduaat omvat heel weinig praktijk en geen stages.”

“Anderzijds is het huidige model niet zo slecht”, weet ook dr. Teulingkx. “Wie geschoold is als huisarts, kan een enorme meerwaarde betekenen voor de sportgeneeskunde. Een opleiding verengen naar een zuiver sportgeneeskundige insteek (fysiologie, orthopedie) maakt dat je misschien soms de band verliest met een sporter die ook gewoon ziek kan worden."

"We worstelen dus met een dubbel gevoel in verband met de opleiding. De vraag is bijgevolg wat een opleiding sportgeneeskunde je kan bijbrengen en wat je ervoor in de plaats moet laten vallen. Vandaar dat we dit dossier zeer omzichtig aanpakken.”

Toch zou men van plan zijn om het dossier weer uit de koelkast te halen, volgens de jongste berichten. Van de 28 Europese landen zijn er nu 15 met een specifieke opleiding tot specialisatie sportgeneeskunde. "Als 40% van de landen een erkenning voor de opleiding zou vragen, waarom dan niet in België?", valt te horen. Nu ijveren 10 landen voor die erkenning. De sleutel ligt hiervoor bij de uniefs.

Veel overlapping

Prof. dr. Claessen, cardiologie KU Leuven, vindt het zeer delicaat om sportgeneeskunde verder uit te bouwen?  “Er is al een aantal keren voorgesteld om een aparte opleiding uit de grond te stampen maar een belangrijk argument tegen was dat er zo enorm veel overlapping is met andere disciplines”, reageert prof. dr. Claessen, cardiologie KU Leuven.

"De sportarts acteert immers op de eerste lijn, maar hoe ver kun je dan bijvoorbeeld gaan in het cardiale om de invalshoek sport volledig uit te werken? Waar eindigt dan de eerste lijn, waar begint de tweede? Dat is niet zo simpel."

Dr. Claessen was en is wel een voorvechter van het feit dat screening voor sportartsen is, niet voor cardiologen. Ook omdat zij het plaatje breder kunnen bekijken dan alleen het cardiale.

> Sportartsen tussen wal en schip?

U wil op dit artikel reageren ?

Toegang tot alle functionaliteiten is gereserveerd voor professionele zorgverleners.

Indien u een professionele zorgverlener bent, dient u zich aan te melden of u gratis te registreren om volledige toegang te krijgen tot deze inhoud.
Bent u journalist of wenst u ons te informeren, schrijf ons dan op redactie@rmnet.be.